Roodstuitzwaluw ( Cecropis daurica)

De roodstuitzwaluw (Cecropis daurica, synoniem: Hirundo daurica) is een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).

De roodstuitzwaluw vertoont uiterlijk veel overeenkomsten met de boerenzwaluw (Hirundo rustica). Het is een relatief slanke zwaluw met een totale lichaamslengte van 14 tot 19 centimeter. Het verenkleed aan de rug- of bovenzijde is blauwzwart en rossig bruingeel op de onder- of buikzijde. Het achterhoofd, de nek en de stuit zijn oranjerood gekleurd. In tegenstelling tot de boerenzwaluw heeft de roodstuitzwaluw geen borstband, maar is bedekt met bruine, diffuse strepen in de lengte.

De roodstuitzwaluw heeft brede, maar puntige vleugels en lange buitenste staartpennen. Hij is een behendige vlieger die insecten in de lucht vangt. Hij is langzamer dan de boerenzwaluw en maakt langere glijvluchten. Ook laat hij zich minder horen en is zijn zang langzamer en minder melodieus. Hierdoor zijn deze twee zwaluwsoorten makkelijk van elkaar te onderscheiden.

Gedrag en levenswijze

 
 

Roodstuitzwaluwen zijn vooral te vinden boven graslanden waar ze op insecten jagen. Ze volgen grazende veedieren en komen op branden af om op vluchtende insecten te jagen. Normaal gesproken leven roodstuitzwaluwen in grote kolonies; in India zijn groepen gezien van enkele honderden exemplaren. In het broedseizoen zijn de kolonies aanmerkelijk kleiner.

Voortplanting

Van oorsprong werden de nesten van de roodstuitzwaluw vrijwel altijd onder uitstekende rotsen gebouwd, maar tegenwoordig komen nesten in woningen, moskeeën en bruggen steeds meer voor. Het nest heeft de vorm van een ondiepe kom met een tunnelvormige ingang. De roodstuitzwaluw verzamelt hiervoor modder in zijn snavel, die hij vermengd met speeksel aanbrengt. Het paren gebeurt altijd in het nest. Door de nauwe tunnelingang is het moeilijk voor andere mannetjes om in het nest te komen, waardoor de kans op een gemengd broedsel wordt verminderd. Het vrouwtje legt drie tot zeven witte eieren.

Taxonomie

De roodstuitzwaluw werd in 1769 voor het eerst formeel beschreven door Erik Laxmann als Hirundo daurica. In 2008 plaatsten biologen de roodstuitzwaluw in het geslacht Cecropis (Friedrich Boie,1826), maar de geldigheid van dit geslacht wordt nog betwist en sommige autoriteiten houden Hirundo aan voor de Cecropis-soorten.

De geslachtsnaam Cecropis is genoemd naar een Atheense stam die zijn naam had ontleend aan Kekrops, een mythische halfgod die half mens, half slang was en de stichter zou zijn van Athene. De naam daurica is afgeleid van Daurië, een bergachtig gebied in de Transbaikal in Rusland waar de soort ook is waargenomen.

Ondersoorten

Er worden acht ondersoorten onderscheiden.

De taxonomische werkgroep van BirdLife International beschouwt een aantal andere soorten uit het geslacht Cecropis als ondersoorten van de roodstuitzwaluw, namelijk de West-Afrikaanse zwaluw (C. domicella), de roodbuikzwaluw (C. badia), de ceylonzwaluw (C. hyperythra) en de soendazwaluw (C. striolata).

Het broedgebied van de roodstuitzwaluw beslaat het Europese gedeelte van het Middellandse Zeegebied, Marokko, het Midden-Oosten, Zuid-Siberië, India en Zuidoost-Azië. en het gedeelte van Azië ten zuiden van Siberië en Japan. De vijf ondersoorten in Eurazië zijn trekvogels die broeden in open heuvelachtig gebied in gematigde streken en overwinteren in Afrika of Zuidoost-Azië. De drie Afrikaanse ondersoorten en de meeste vogels in India en Sri Lanka zijn standvogels. In Europa is C. d. rufula één van de vijf voorkomende zwaluwsoorten en broedt in Griekenland, Turkije, Spanje en Portugal. In Nederland zijn sinds de jaren 80 van de 20e eeuw geregeld de ondersoorten C. d. daurica en C. d. japonica als doortrekker waargenomen, voornamelijk in het voorjaar. De ondersoort C. d. rufula is tijdens het broedseizoen aan te treffen.

Status

Dankzij zijn grote verspreidingsgebied is de kans op uitsterven zeer gering. Er zijn niet genoeg gegevens beschikbaar om een schatting te maken van de populatiegrootte. Het verspreidingsgebied neemt echter toe richting Europa en de indruk bestaat dat het aantal ook toeneemt. De soort staat als 'niet bedreigd' (Least Concern) op de Rode Lijst van de IUCN

 

Mihai Baciu