Kleine zilverreiger (Egretta garzetta)

De kleine zilverreiger (Egretta garzetta) is een witte vogel uit de familie der reigers. Het is een broedvogel in zeer klein, maar snel toenemend aantal.

Ze zitten qua formaat tussen de kwak en de ralreiger in. Ze hebben zwarte poten met gele tenen en een lange witte kuif (in de zomer). De kleine zilverreiger is 60 cm lang en heeft een spanwijdte van 1 meter. Hij lijkt erg op de grote zilverreiger, maar die is 30 cm groter (90 cm, spanwijdte 1,5 meter, zo groot als een blauwe reiger), heeft zwarte tenen en in de zomer is de snavel van de grote zilverreiger geel.

Volgens bronnen uit de 14de eeuw zou de kleine zilverreiger toen in Nederland voorkomen. In de 20ste eeuw was het tot 1980 een uiterst zeldzame vogel. Het eerste broedgeval was in 1979 in de Oostvaardersplassen. Een tweede broedpoging was in 1994 op Voorne. Daarna nam het aantal broedvogels snel toe. Volgens SOVON waren er in 2007 ca. 130 broedvogels op 14 verschillende locaties. Verder is de zilverreiger een doortrekker in zeer klein aantal en in nog kleiner aantal overwinteraar, vooral in Zeeland en de rest van het Deltagebied.
Omdat het aantal broedvogels nog steeds betrekkelijk klein is, is de kleine zilverreiger in 2004 als gevoelig op de Nederlandse rode lijst gezet. De soort staat ook op de Vlaamse rode lijst, maar dan als zeldzaam. Verder valt hij onder het AEWA-verdrag. De kleine zilverreiger staat als niet bedreigd op de internationale IUCN rode lijst.