Kleine mantelmeeuw (Larus fuscus fuscus)

 

 

De kleine mantelmeeuw (Larus fuscus) is een vogel uit de familie meeuwen (Laridae)

De ondersoort Larus fuscus graellsii, wel bekend als de Engelse kleine mantelmeeuw, komt in Nederland, België, Groot-Brittannië en IJsland voor, de Baltische mantelmeeuw Larus fuscus fuscus voornamelijk in het Baltische gebied. Een derde ondersoort, Larus fuscus intermedius, komt in Noorwegen, Denemarken en West-Zweden voor.

De kleine mantelmeeuw broedt in kolonies langs de kust en in veel landen in toenemende mate op daken in steden. Zijn nest is een nestkuil op de grond, meestal gemaakt van losgetrokken gras, waarin twee of drie eieren worden gelegd. De kleine mantelmeeuw leeft vooral van (zee-)vis, en zwemkrabben, maar ook op het land wordt veel gefoerageerd (zoogdieren, insecten, in minder mate ook afval).

De kleine mantelmeeuw komt in Nederland vooral voor in het Waddengebied en in de Zeeuwse Delta. Ooit was het een zomergast maar de vogel wordt tegenwoordig ook 's winters in kleine aantallen waargenomen.

Hij heeft een leigrijze mantel, in tegenstelling tot de zilvermeeuw die lichtgrijs is. Verder heeft hij gele poten, in tegenstelling tot grote mantelmeeuw die roze poten heeft.

Volgens SOVON steeg in de periode 1990-2007 het aantal broedparen met meer dan 5% per jaar. Rond 2007 broedden er ongeveer 82.500 paar in Nederland. De kleine mantelmeeuw staat uiteraard niet op de Nederlandse rode lijst. Deze meeuwensoort staat overigens wèl op de Vlaamse rode lijst als kwetsbaar. De soort staat als niet bedreigd op de internationale IUCN rode lijst.

 

 

foto : mihai baciu